Naar hoofdinhoud
1.. Overeenkomstig de tarieven en de voorwaarden als omschreven in de heffingsverordening, kan het college uitgeven: op het algemene en op het voor rooms-katholieken bestemde gedeelte: eigen graven met het uitsluitend recht tot begraven voor de tijd van 20 jaren; op het algemene gedeelte: urngraven met het uitsluitend recht tot het bijzetten van asbussen voor de tijd van 20 jaren. 2.. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde tijd van 20 jaren kan, behoudens het bepaalde in het vierde lid van dit artikel, worden verlengd voor een tijd van tien jaren en zo vervolgens. Op schriftelijk verzoek van belanghebbenden kan het college, met inachtneming van de overige voorwaarden een langere termijn vaststellen. 3.. De graven worden verdeeld in drie categorieën: categorie A met een oppervlakte van 2.60 x 1.30 meter. De ligging wordt door het college op een plattegrond aangegeven; categorie B met een oppervlakte van 2.60 x 1.20 meter; categorie C met een oppervlakte van 2.00 x 1.00 meter; urngraven met een oppervlakte van 2.00 x 1.00 meter. 4.. Indien het begraven van een tweede of volgende overledene wordt aangevraagd en op dit tijdstip het uitsluitend recht tot begraven een geldigheidsduur heeft van minder dan tien jaren, wordt het begraven eerst toegestaan nadat het recht op het desbetreffende graf tot een geldigheidsduur van tien jaren is verlengd met dien verstande dat verlenging slechts in volle jaren mogelijk is. 5.. Het in dit artikel bedoelde recht wordt verleend onder de in deze verordening opgenomen of later door de raad vast te stellen voorwaarden, doch kan niet langer gelden dan tot het tijdstip waarop de begraafplaats overeenkomstig artikel 24 van de Wet op de lijkbezorging gesloten wordt verklaard.

Rechtspraak bij dit artikel