a. Inspraak en participatie:
Er zijn veel omschrijvingen mogelijk voor de wijze waarop belanghebbenden betrokken kunnen worden bij de totstandkoming van beleid: informatie, communicatie, inspraak, interactieve beleidsvorming etc.. Omwille van eenduidigheid is gekozen voor de termen inspraak en participatie. Bij de in dit artikel opgenomen formulering van het begrip inspraak is aangesloten bij de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van het beleid van de gemeente en heeft een tweeledig doel. Enerzijds wordt aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over beleidsvoornemens kenbaar te maken. Anderzijds biedt inspraak aan bestuursorganen een belangrijk hulpmiddel in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke belangenafweging. Inspraak is overeenkomstig artikel 150 van de Gemeentewet “eenzijdig” gedefinieerd, dat wil zeggen dat geen gedachtewisseling met het bestuursorgaan is inbegrepen.
b. Participatie:
De formulering van het begrip participatie sluit aan bij de Nota participatie gemeente Amstelveen. Met de nota heeft de raad het participatiebeleid vastgesteld, dat beoogt een aanvulling te geven op de inspraak. De participant krijgt in een eerder stadium dan bij inspraak de gelegenheid invloed uit te oefenen op de beleidsontwikkeling van de gemeente.
c. Inspraakprocedure:
De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over inspraak ligt ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij de raad. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is afdeling 3.4 (zoals deze zal luiden na het in werking treden van de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb (Staatsblad 2002, 54) van toepassing verklaard op de inspraak bij provincies en gemeenten. In artikel 7, eerste lid van deze verordening is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaard op de inspraak. Artikel 7, tweede, derde en vierde lid van deze verordening geeft het bestuursorgaan ruimte om een andere procedure te volgen. Het bestuursorgaan is immers verantwoordelijk voor uitvoering, de nadere regeling en organisatie van de inspraak.
d. Beleidsvoornemen:
Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden gebaseerd. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1, eerste lid van de Awb. Het omvat in elk geval raad, dagelijks bestuur en stadsdeelvoorzitter.
e. Randvoorwaarden:
Dit begrip is bedoeld om de ruimte voor inspraak of participatie af te bakenen, om bijvoorbeeld te voorkomen dat deze zich richt op onderdelen waarover het bestuursorgaan geen beslissingsbevoegdheid heeft of waarover het bestuursorgaan reeds heeft besloten. De Nota Participatie geeft door middel van een schematische analyse van de randvoorwaarden binnen het te ontwikkelen beleid en de organisatie richting aan de mate van openheid en interactie in het beleidsproces.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2006