Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 4

Participatieprocedure

Onderdeel van Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2006

Ondanks het open en flexibele karakter van participatie dient omwille van de duidelijkheid hiervoor ook een procedure te worden opgesteld. Deze dient in ieder geval object, belanghebbenden en bestuurlijke vraag aan te geven en voor zover in de fase van gedachtevorming al mogelijk is de overige elementen, zoals bedoeld in het derde lid. Naarmate er aan meer randvoorwaarden voor participatie is voldaan ontstaat er meer ruimte voor participatie van buitenaf. In de Nota Participatie zijn drie niveaus voor participatie omschreven op basis waarvan het mogelijk is een (of meer) standaardprocedure(s) te ontwikkelen die wanneer nodig kan (kunnen) worden ingezet: 1. Informatie. Meeweten In deze vorm bepaalt de gemeente zelf de inhoud van het beleid op basis van onderzoek en eventueel beperkte consultatie van professionele organisaties en het maatschappelijk middenveld. De voorlichting aan de burgers over de achtergronden van en motieven voor de keuzes is gericht op het overtuigen van de doelgroepen en op het verwerven van draagvlak. Het bestuursorgaan kan voor dit model kiezen als er te weinig tijd of beleidsruimte is, of als een discussie met de bevolking over de inhoud nauwelijks een toegevoegde waarde heeft. 2. Consultatie. Meedenken Het college bepaalt zelf grotendeels de inhoud van concept-plannen, waarna deze breed worden getoetst en bediscussieerd. Ingezetenen en belanghebbenden kunnen commentaar geven. Op basis daarvan kunnen de plannen worden aangepast, of Meedoen. De gemeente kan, binnen zeer ruime kaders, ingezetenen en belanghebbenden via een open vraagstelling uitnodigen om een probleem gezamenlijk aan te pakken. De gemeente probeert daarbij zo veel mogelijk ideeën en eventuele oplossingen los te krijgen. Ingezetenen en belanghebbenden kunnen vanaf het begin meedoen in het proces. Uitgangspunt is wel dat de gemeente zich zoveel mogelijk verbindt aan de resultaten van de participatie. 3. Coproductie. Meebeslissen. Op basis van (de analyse en de gegevens over) het beleidsprobleem wordt met ingezetenen en belanghebbenden samengewerkt. Deze samenwerking gebeurt soms op basis van gelijkwaardigheid en soms krijgen de deelnemers binnen vooraf gestelde kaders zelfs beslissingsbevoegdheid. In dit model is de gemeente niet per definitie de initiator. Het is mogelijk dat de probleemanalyse door de burgers zelf wordt gemaakt. Het uiteindelijke beleidsresultaat is in dit model een gezamenlijke productie. Aan het eind van het participatieproces kan formele inspraak worden georganiseerd volgens de regeling van deze verordening. Het participatieniveau dat wordt ingezet is maatgevend voor de keuze van een communicatiestrategie en in te zetten communicatiemiddelen en -activiteiten. De keuze wordt voorts beïnvloed door de aard van het onderwerp, de kenmerken van de doelgroep, het aantal deelnemers, de structuur van de samenwerking en de politieke gevoeligheid van het onderwerp. Uit het vierde lid volgt dat ook in geval van participatie het bestuursorgaan de procedure, indien noodzakelijk, kan wijzigen. Belanghebbenden worden hierover geïnformeerd.

Rechtspraak bij dit artikel