1. De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien:
a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
b. blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10 niet naleeft;
c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het
belang van het monument zwaarder dient te wegen;
d. niet binnen 26 weken, na verlening van de vergunning, van de vergunning gebruik wordt
gemaakt;
2. Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de Monumentencommissie.
Hoofdstuk III
Artikel 12
Intrekking van de vergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Neder-Betuwe 2010