1. Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een terrein aanwijzen als gemeentelijk AWG en AWV.
2. Artikel 3, tweede, vierde, vijfde en zesde lid, alsmede artikel 4 en 5, zijn van overeenkomstige toepassing op de aanwijzing als bedoeld onder 1.
3. Burgemeester en wethouders geven het aangewezen gemeentelijk AWG het AWV aan op een door het college te vervaardigen archeologische beleidskaart. ( rapport RAAP 1665)
4. Op een, bij de in het derde lid bedoelde kaart, bijgevoegde lijst wordt de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het aangewezen gemeentelijk AWG en AWV gegeven.
Hoofdstuk IV › Paragraaf 1
Artikel 14
De aanwijzing tot gemeentelijk archeologisch waardevol gebied en archeologisch waardevol verwachtingsgebied
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Neder-Betuwe 2010