Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VII

Artikel 30

Inwerkingtreding

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Neder-Betuwe 2010

1. Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt. 2. De Monumentenverordening 2003, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad d.d. 3 april 2003, voor zover het betreft bepalingen over gemeentelijke monumenten, vervalt op de datum waarop het eerste lid van toepassing vindt. 3. Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988. 4. De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad d.d. 3 april 2003, voor zover het betreft bepalingen over beschermde rijksmonumenten, vervalt op de datum waarop het derde lid toepassing vindt. 5. De op grond van de ingevolge het tweede lid vervallen verordening geregistreerde beschermde gemeentelijke monumenten worden geacht aangewezen te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 6. De beschermde gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de monumentenlijst van de ingevolge het tweede lid genoemde vervallen verordening, worden geacht geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 7. Aanvragen om vergunning als bedoeld in de in het tweede lid genoemde vervallen verordening die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de bepalingen van de in het tweede lid genoemde verordeningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel