Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 10.

– Werkwijze

Onderdeel van Verordening beleidsplatform welzijn gemeente Baarle-Nassau

1.. In het kader van burgerparticipatie vraagt het college het Beleidsplatform om advies. 2.. De gemeenteraad mag en kan tevens advies vragen aan het Beleidsplatform. 3.. Het Beleidsplatform is ook gerechtigd uit eigener beweging advies uit te brengen aan het college; 4.. Het college vraagt het Beleidsplatform in ieder geval om advies bij de beleidsmatige aspecten van de prestatievelden/beleidsterreinen beschreven onder artikel 7. 5.. Het college zal de gemeenteraad geen beleidsvoorstellen in het kader van de onder artikel 7 genoemde beleidsterreinen en prestatievelden voorleggen, zonder dat deze voorzien zijn van adviezen c.q. reactie van het Beleidsplatform of van een aantekening ‘gezien door het Beleidsplatform ’. 6.. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Dat betekent dat het Beleidsplatform minimaal twee weken – na ontvangst van de stukken - de tijd heeft om tot een advies of een reactie richting college te komen. 7.. Het college zorgt dat de adviezen van het Beleidsplatform ter kennisneming worden gebracht van de gemeenteraad. 8.. In het geval het college in een voorstel aan de gemeenteraad afwijkt van het advies van het Beleidsplatform, wordt dit bij het voorstel vermeld, waarbij tevens is aangegeven op welke gronden van het advies van het Beleidsplatform is afgeweken. 9.. Het college maakt jaarlijks aan de hand van de beleidscyclus in overleg afspraken met het Beleidsplatform over de werkagenda en het budget van het Beleidsplatform. 10.. De gemeente wijst één of meerdere vaste ambtelijke aanspreekpunten (afhankelijk van het onderwerp) aan voor de communicatie met het Beleidsplatform. 11.. Tussen de verantwoordelijke wethouder en het Beleidsplatform vindt viermaal per jaar een overleg plaats.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel