Het college kan de ligplaatsvergunning wijzigen of intrekken indien:
a. de ligplaatsvergunning ten gevolge van een onjuiste opgave of informatie is verleend;
b. de gegevens in de ligplaatsvergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie;
c. de aan de ligplaatsvergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet worden nageleefd;
d. het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft naar het oordeel van het college afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente;
e. het woonschip wordt gebruikt voor een ander doel dan als hoofdverblijf van een of meer personen;
f. het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft niet voldoet aan eisen van veiligheid en gezondheid;
g. zich zodanige omstandigheden of inzichten voordoen dat, indien deze ten tijde van vergunningverlening bekend waren geweest, de vergunning niet of niet in die vorm zou zijn verleend;
h. in verband met verandering van wetgeving, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten het algemeen belang zwaarder moet wegen dan het belang van de vergunninghouder bij een ongewijzigde vergunning;
i. het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft zonder toestemming van het college gedurende een periode langer dan 6 maanden aaneengesloten buiten de gemeente verblijft;
j. niet wordt voldaan aan de overige bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften; k. de vergunninghouder hierom verzoekt.
Artikel 10
Intrekken of wijzigen ligplaatsvergunning
Onderdeel van Verordening woonschepen Vlaardingen 2008