1. Het college kan met inachtneming van artikel 5.4, tweede lid juncto derde lid van de wet aan het instemmingsbesluit voorschriften verbinden in het belang van de openbare orde, de veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid van gronden of gebouwen dan wel de ondergrondse ordening.
2. De in het vorige lid bedoelde voorschriften kunnen slechts betrekking hebben op:
a. de plaats van de werkzaamheden;
b. het tijdstip van de werkzaamheden, met dien verstande dat het toegestane tijdstip van aanvang, behoudens zwaarwichtige redenen van publiek belang als genoemd in het eerste lid, niet later mag liggen dan twaalf maanden na de datum van afgifte van het instemmingsbesluit;
c. de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;
d. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;
e. het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken;
f. als ook over de afmetingen van kasten, handholes en andere toebehoren, behorende bij een openbaar elektronisch communicatienetwerk.
3. De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels en medegebruik van voorzieningen geschiedt conform het Handboek Leidingen.
4. Degene aan wie op grond van deze verordening een instemmingsbesluit is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
5. Indien de werkzaamheden niet zijn gestart binnen twaalf maanden nadat het instemmingsbesluit is verleend, vervalt de verleende instemming tenzij aantoonbaar sprake is van overmacht, zulks ter beoordeling van het college.
6. De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen zes maanden na aanvang van de werkzaamheden, tenzij in het instemmingsbesluit anders is bepaald.
7. De aanbieder is verplicht het college zo spoedig mogelijk te informeren over eventuele vertragingen.
8. Indien binnen drie jaar na groot onderhoud of herinrichting van de openbare gronden de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren, kan het college bijzondere voorwaarden stellen aan het herstel. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de aanbieder.
9. Aan herstel van bijzondere bestrating kan het college nadere voorwaarden stellen.
Paragraaf 2
Artikel 10
Voorschriften en beperkingen bij instemming
Onderdeel van Telecommunicatieverordening Vlaardingen 2010