1. Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van kabels in openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, hetzij door andere aanbieders dan wel door of in opdracht van het college aangelegde voorzieningen.
2. Het vooroverleg als bedoeld in artikel 5, derde lid, dan wel een door het college geëntameerd overleg naar aanleiding van een melding als bedoeld in artikel 5, vierde lid, is er mede op gericht te bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen.
3. Indien de aanbieder een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te maken van de vooraangelegde voorzieningen zoals buizen bedoeld voor het inblazen van kabels, mantelbuizen, kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels, is de aanbieder verplicht om voor de aanleg of uitbreiding van zijn netwerk van deze voorzieningen gebruik te maken.
4. Indien de openbare gronden naar het oordeel van het college onvoldoende ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe kabels, dient de aanbieder een alternatief tracé te kiezen, of aan andere aanbieders een billijk verzoek tot medegebruik van kabels te doen, op grond van artikel 5.12 van de wet.
Paragraaf 2
Artikel 12
(Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg
Onderdeel van Telecommunicatieverordening Vlaardingen 2010