1.De commissies vergaderen op de door de raad in het vergaderoverzicht vastgestelde data.
2.Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.
3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de griffier en de commissiesecretaris.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 1
Artikel 11