1. De raad stelt de volgende raadscommissies in:
a. een commissie voor sociale en maatschappelijke aangelegenheden;
b. een commissie voor bestuurlijke organisatie, financiën en veiligheid;
c. een commissie voor stedelijke ontwikkeling en beheer;
d. een commissie voor verkeer, vervoer en de rivierzone. 2. Sociale en Maatschappelijke Aangelegenheden. Afgekort: SMA
Aan de commissie voor Sociale en Maatschappelijke Aangelegenheden is
opgedragen de integratie van de voor haar beleidsterreinen beschikbare middelen (pojcif) [personeel, organisatie, juridische zaken, communicatie, informatie en financiën], de voorbereiding van besluitvorming van de raad alsmede overleg met het college respectievelijk de burgemeester ten aanzien van de volgende onderwerpen:
1. maatschappelijke ontwikkeling waaronder beleid met betrekking tot de volgende
groepen:
• ouderen
• jeugd
• gehandicapten
• minderheden
• vluchtelingen;
2. subsidiebeleid maatschappelijk middenveld;
3. sport;
4. volksgezondheid;
5. sociaal cultureel werk (w.o. club- en buurthuiswerk en kinderopvang);
6. onderwijsaangelegenheden;
7. volwasseneneducatie, waaronder begrepen het vormings- en ontwikkelingswerk;
8. kunst en cultuur;
9. werkgelegenheid;
10. werktoeleiding (WIW);
11. sociale werkvoorziening voor zover de regeling daarvan tot de taak van de raad
behoort (TBV);
12. inkomensvoorziening (ABW);
13. sociale activering;
14. armoedebeleid;
15. arbeidsmarktbeleid;
16. inburgering. 3. Bestuurlijke organisatie, Financiën en Veiligheid. Afgekort: BFV.
Aan de commissie voor Bestuurlijke organisatie, Financiën en Veiligheid is
opgedragen de integratie van de voor haar beleidsterreinen beschikbare middelen
(pojcif), de voorbereiding van besluitvorming van de raad alsmede overleg met het
college respectievelijk de burgemeester ten aanzien van de volgende onderwerpen:
1. de portefeuille van de burgemeester, voor zover deze bevoegdheden van burgemeester en wethouders omvat;
2. bestuurszaken, waaronder coördinatie stadsvisie en wijkontwikkeling;
3. regioaangelegenheden;
4. besluiten op overtreding waarvan straf is gesteld;
5. burgerzaken en verkiezingen;
6. documentatie en informatievoorziening/archief;
7. ontwikkelingssamenwerking/stedenband;
8. antidiscriminatiebeleid;
9. brandweer en rampenbestrijding;
10. openbare orde en veiligheid;
11. communicatie en media algemeen;
12. personeel en organisatie algemeen;
13. financieel beheer in het algemeen;
14. documenten in het kader van de begrotingscyclus;
15. belastingen;
16. leningen, garantstellingen en rekeningcourantovereenkomsten;
17. subsidiebeleid algemeen;
18. informatie- en automatiseringsbeleid algemeen;
19. Stadspromotie/VVV;
20. grondzaken;
21. economische zaken, waaronder havens en markten. 4. Stedelijke ontwikkeling en beheer. Afgekort: sob
Aan de commissie voor stedelijke ontwikkeling en beheer is opgedragen de integratie van de voor haar beleidsterreinen beschikbare middelen (pojcif), de voorbereiding van besluitvorming van de raad alsmede overleg met het college respectievelijk de burgemeester ten aanzien van de volgende onderwerpen:
1. stadsontwikkeling;
2. wijkontwikkeling;
3. stadsbeheer (o.m. groen, vegen, reiniging);
4. openbare werken;
5. volkshuisvesting;
6. milieu;
7. subsidies stedelijke ontwikkeling;
8. facilitair beheer;
9. woonruimteverdeling. 5. Verkeer, vervoer en rivierzone. Afgekort:vvr
Aan de commissie voor verkeer, vervoer en de rivierzone is opgedragen de integratie van de voor haar beleidsterreinen beschikbare middelen (pojcif), de voorbereiding van besluitvorming van de raad alsmede het overleg met het college respectievelijk de burgemeester ten aanzien van de volgende onderwerpen:
1. verkeer;
2. transport;
3. openbaar vervoer;
4. project rivierzone. 6. Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij de voorzitters van de betrokken raadscommissies in overleg beslissen dat een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies wordt belegd of de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt. 7. Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter.
Hoofdstuk 2
Artikel 2