1. De voorzitter wordt door de raad uit zijn midden benoemd.
2. De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.
3. De voorzitter is belast met:
a.het leiden van de vergadering;
b.het handhaven van de orde;
c het doen naleven van deze verordening;
d hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.
4.iedere raadscommissie benoemt een lid van de gemeenteraad als plaatsvervangend voorzitter, die de voorzitter bij verhindering of ontstentenis vervangt.
Hoofdstuk 2
Artikel 6