1. Het is verboden:
a. binnen een afstand van drie meter van de kant van een sloot, gemeten op het schouwpeil, hokken of stallen voor dieren te hebben of te plaatsen;
b. langs de kanten der sloten houtgewas te planten of houtgewas te hebben, waarvan de takken minder dan 1 meter boven het schouwpeil der sloten hangen;
c. door een goot, pijp, riool, duiker of op andere wijze water of andere vloeistoffen of specie in de sloten af te voeren of in te laten;
d. in of boven sloten uit- of overbouwen te maken of te veranderen;
e. een sloot te dempen, te verkorten, smaller of ondieper te maken, af te dammen, in een sloot enige belemmering van de waterloop aan te brengen, of waterlopen, afvoerkokers, riolen en dergelijke aan te leggen of te veranderen;
f. bruggen of brughoofden over in sloten te leggen of te verleggen;
g. een dam te verwijderen, door te steken of daarin een koker aan te brengen.
2. Burgemeester en wethouders kunnen van de verbodsbepalingen van dit artikel ontheffing verlenen tot wederopzegging, onder door hen te stellen voorwaarden.