De eigenaren of gebruikers van gronden, welke uitweg hebben over een dam, zijn verplicht, binnen veertien dagen na ontvangst van de schriftelijke last van burgemeester en wethouders in die dam een koker te doen aanbrengen, waarvan het doorstromingsprofiel een binnenwerkse breedte en hoogte van tenminste 0,50 meter moet hebben, terwijl de koker voor een derde deel van de hoogte boven het schouwpeil moet liggen.