Deze verordening verstaat, als er sprake is van enig onroerend goed, onder eigenaar mede de beheerder en voorts ieder, die krachtens enig zakelijk recht, bezit daaronder begrepen, de beschikking over het goed heeft.
Onder gebruiker wordt verstaan ieder, die krachtens enig persoonlijk recht de beschikking over het onroerend goed heeft.