In deze verordening wordt verstaan onder:
a. De wet: de Wet werk en bijstand;
b. Referteperiode: de periode van 60 maanden waarin de belanghebbende een inkomen als bedoeld in artikel 4 heeft ontvangen, welke periode gelegen mag zijn in de periode van 72 maanden direct voorafgaand aan de peildatum.
c. Peildatum: de datum waarop de belanghebbende voldoet aan de voorwaarden voor het recht op langdurigheidstoeslag.
d. Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede 'een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan' moet worden gelezen 'de referteperiode'. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet, voor de beoordeling van de referteperiode als inkomen gezien.