De bevoegdheid tot het wijzigen van de tarieven genoemd in hoofdstuk 3.17 1 t/m 7, 3.20 t/m 3.23 en 3.26.1 van de tarieventabel, behorende bij deze verordening, wordt gedelegeerd aan burgemeester en wethouders.
Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op tussentijdse wettelijke wijzigingen van rijksleges.