1. De aanvraag om subsidie geschiedt door middel van een door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier.
2. De aanvraag wordt door de aanvrager volledig ingevuld en ondertekend en voorzien van bijlagen, zoals aangegeven onder lid 5, ingediend bij Burgemeester en wethouders.
3. De aanvraag dient voor 1 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de werkzaamheden uitgevoerd zullen worden, te worden ingediend. Met de uitvoering van de werkzaamheden mag niet eerder worden begonnen, dan nadat het college van Burgemeester en wethouders een subsidiebeschikking heeft afgegeven.
4. Indien na de behandeling van de aanvragen ingediend voor 1 december blijkt dat er nog budget beschikbaar is, kunnen later ingekomen aanvragen op volgorde van binnenkomst worden behandeld.
5. Naast het in het eerste lid genoemde aanvraagformulier dient de aanvraag te bevatten:
a. een recent inspectierapport van de Monumentenwacht of van een naar het oordeel van burgemeester en wethouders onafhankelijke ter zake van de monumentenzorg deskundige of deskundige instelling of een inspectierapport opgesteld door een deskundige gemeenteambtenaar;
b. een technische omschrijving van de te verrichten werkzaamheden of een bestek, een daaraan gerelateerde gespecificeerde begroting en voor zover van toepassing plan¬en detailtekeningen;
6. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat naast de in het vijfde lid genoemde bescheiden (ook) andere bescheiden moeten worden overlegd.
7. Indien niet wordt voldaan aan het gestelde in het eerste en vijfde lid, alsmede aan de eisen die gelden ingevolge de artikelen 4:1 en 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), stellen Burgemeester en wethouders de aanvrager binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag in de gelegenheid om alsnog binnen twee weken de door hen aan te geven ontbrekende gegevens te overleggen.
8. Indien toepassing is gegeven aan het zevende lid en de aanvrager niet binnen de in dat lid bedoelde termijn van twee weken de in dat lid bedoelde ontbrekende gegevens heeft overlegd, is de aanvrager niet-ontvankelijk in zijn aanvraag met ingang van de dag
volgend op de laatste dag van de in dat lid bedoelde termijn.
9. Indien toepassing is gegeven aan het zevende lid en de aanvrager naar het oordeel van burgemeester en wethouders de in het zevende lid bedoelde ontbrekende gegevens in onvoldoende mate heeft overlegd, verklaren zij de aanvrager binnen twee weken na de dag waarop hij die gegevens heeft overlegd niet-ontvankelijk.
10. Een aanvraag is in gediend op de dag waarop deze aanvraag inclusief alle in lid 1 en lid 5 genoemde bescheiden aan burgemeester en wethouders is overlegd.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3
Artikel 13
De subsidieaanvraag
Onderdeel van Subsidieverordening gemeente monumenten