Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Geluidsvoorschriften voor collectieve en incidentele festiviteiten in openbare inrichtingen

Onderdeel van Nadere regels geluidsplafond voor openbare inrichtingen

1. Voor het beoordelingsniveau geldt dat gedurende 3 minuten (LAr, 3 min) tijdens een collectieve of incidentele festiviteit, veroorzaakt door muziekgeluid of stemgeluid afkomstig uit het bebouwde deel van de openbare inrichting: a. de niveaus op de in tabel 1 a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in tabel 1a aangegeven waarden: Tabel 1a b. in de avond van vrijdag op zaterdag, de avond van zaterdag op zondag en de avond voorafgaand aan een feestdag de niveaus op de in tabel 1b genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in tabel 1b aangegeven waarden:   Tabel 1b     c. de in de tabellen 1a en 1b aangegeven waarden binnen in- of aanpandige geluidsgevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze geluidsgevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; d. de in de tabellen 1a en 1b aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij geluidsgevoelige terreinen op de grens van het terrein; en e. de waarden in in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft gelden in geluidsgevoelige ruimten. 2. Wanneer op het beoordelingspunt binnen het totaal aanwezige geluidsniveau, vanwege het muziekgeluid afkomstig uit het bebouwde deel van de inrichting geluid met een duidelijk muziekkarakter wordt waargenomen, wordt op het gemeten equivalente geluidsniveau gedurende 3 minuten een toeslag van 10 dB toegepast, voordat aan de normwaarde uit het eerste lid wordt getoetst.

Rechtspraak bij dit artikel