In deze verordening wordt verstaan onder:
a. markt: de door het college ingestelde warenmarkt;
b. college: het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen;
c. marktterrein: het openbare, voor het publiek toegankelijke gebied voor het uitoefenen van de markthandel, zoals is aangeven op de situatietekeningen, behorende bij het Instellingsbesluit warenmarkten;
d. marktmeester: de persoon, die als zodanig is aangewezen door het college of ingeval van afwezigheid van de marktmeester: de persoon of personen, die door het college zijn aangewezen als plaatsvervanger van de marktmeester.
e. standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;
f. vaste standplaats: de standplaats die voor de duur van twee jaar ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;
g. dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;
h. standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel.
i. standwerkerplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;
j. vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats;
k. meeloperslijst: de lijst van gegadigden voor een vaste standplaats;
L anciënniteitlijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats;
m. vervanger: degene die door een vergunninghouder als zodanig is aangewezen en de vergunninghouder tijdelijk mag vervangen.
Paragraaf 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de warenmarkt(en) voor de gemeente Vlaardingen 2006