Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 6

HULP BIJ HET HUISHOUDEN EN PERSOONSGEBONDEN BUDGET

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Wmo gemeente Neder-Betuwe juli 2010

1 Bij de keuze voor een persoonsgebonden budget kiest de aanvrager voor een geldbedrag waarbij hij de huishoudelijke hulp zelf inkoopt. 2 Het persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden kent twee vormen: a    persoonsgebonden budget voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Wet op de loonbelasting 1964: Hierbij gaat het om een arbeidsovereenkomst voor maximaal 3 dagen per week met een particuliere hulp waarvoor door de aanvrager geen loonbelasting hoeft te worden afgedragen. b    persoonsgebonden budget breed: Hierbij gaat het om een arbeidsovereenkomst voor meer dan drie dagen per week met afdracht loonbelasting dan wel een overeenkomst met een niet door het college gecontracteerde zorgaanbieder of anderszins. 3 Bij een indicatiestelling wordt aangegeven hoeveel uren hulp bij het huishouden per week nodig zijn. 4 De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Wet op de loonbelasting 1964 én voor hulp bij het huishouden is opgenomen in de bijlage. Dit bedrag is afgestemd op het wettelijk minimumloon inclusief een toeslag voor administratie, belasting en verzekeringen. De hoogte van de Pgb-bedragen zijn hiermee toereikend om tot een met zorg in natura vergelijkbaar resultaat te komen. 5 De uitbetaling van het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden vindt plaats in de eerste week van iedere periode van 4 weken waarin recht bestaat op een persoonsgebonden budget. Uitbetaling vindt plaats van het bruto Pgb-bedrag. Dat wil zeggen dat de eigen bijdrage niet direct met het persoonsgebonden budget verrekend is. Vaststelling en inning van de eigen bijdrage vindt achteraf plaats door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). 6 Verantwoording persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden: a    Er vindt geen controle op de besteding van het persoonsgebonden budget voor hulp in het huishouden plaats. b    In uitzondering op het vorige lid vindt controle wel plaats als er duidelijke aanwijzingen zijn dat het persoonsgebonden budget in strijd met het doel waarvoor het verstrekt is, wordt gebruikt. Rechten en plichten budgethouder zijn in de beschikking opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel