1
Het persoonsgebonden budget voor rolstoelvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate voorziening inclusief onderhoud, reparatie en verzekering zoals dat door het college aan de leverancier wordt betaald bij verstrekking in natura.
Zie de bijlage met een overzicht van de bijbehorende bedragen per categorie vervoersvoorziening.
De hoogte van het persoonsgebonden budget voor aanpassingen en individuele aanpassingen wordt vastgesteld op basis van nacalculatie.
2
Regels rond verantwoording en uitbetaling:
Het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld na indicatiestelling en verstrekt voor een periode van 5 jaar.
In deze 5 jaar wordt verondersteld dat de aanvrager zelf de verantwoording neemt om een adequate voorziening aan te schaffen en in stand te houden. Deze periode wordt beschouwd als een bruikleenperiode. Binnen deze vijf jaar wordt voor dezelfde voorziening niet tweemaal een persoonsgebonden budget of een voorziening in natura verstrekt.
Een uitzondering op het hierboven gestelde is van toepassing in situaties waarin de beperkingen van de aanvrager dusdanig zijn veranderd dat de al verstrekte voorziening niet meer adequaat is.
De gemeente behoudt zich het recht voor om een voorziening die is aangeschaft met het persoonsgebonden budget en niet langer door de aanvrager wordt gebruikt in te nemen en voor herverstrekkingsdoeleinden in te zetten. Als richtsnoer voor inname geldt een Pgb voor een voorziening die binnen een jaar niet meer wordt gebruikt. Ook de door de aanvrager op eigen kosten aangebrachte opties worden ingenomen.
3
a De uitbetaling van het persoonsgebonden budget, boven de € 3.000,-, vindt plaats na het overleggen van een nota of getekende offerte waaruit blijkt dat een voorziening is gekocht c.q. aangebracht, conform de gestelde indicatie in de toekenningbeschikking.
b Er vindt geen controle op de besteding van het persoonsgebonden budget rolstoelvoorziening lager dan € 3.000,- plaats.
c In uitzondering op het bepaalde in a en b vindt controle wel plaats als er duidelijke aanwijzingen zijn dat het persoonsgebonden budget in strijd met het doel waarvoor het verstrekt is, wordt gebruikt.
Rechten en plichten budgethouder zijn in de beschikking opgenomen.
Hoofdstuk 7
Artikel 26
PERSOONSGEBONDEN BUDGET ROLSTOELVOORZIENING
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Wmo gemeente Neder-Betuwe juli 2010