1
De uitbetaling van het persoonsgebonden budget, boven de € 3.000,-, vindt plaats na het overleggen van een nota of getekende offerte waaruit blijkt dat een voorziening is gekocht c.q. aangebracht, conform de gestelde indicatie in de toekenningbeschikking.
2
Er vindt geen controle op de besteding van het persoonsgebonden budget plaats bij:
a roerende woonvoorzieningen onder de € 3.000,-
b woningaanpassingen onder de 7.500,-
c In uitzondering op het bepaalde in a en b vindt controle wel plaats als er duidelijke aanwijzingen zijn dat het persoonsgebonden budget in strijd met het doel waarvoor het verstrekt is, wordt gebruikt.
Hoofdstuk 5
Artikel 9
CONTROLE EN BETALING PERSOONSGEBONDEN BUDGET WOONVOORZIENINGEN EN -AANPASSINGEN
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Wmo gemeente Neder-Betuwe juli 2010