Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3

Vaststellen netto-inkomen

Onderdeel van Besluit nadere regels verordening voorzieningen gehandicapten

1. Het netto-inkomen van de gehandicapte wordt als volgt vastgesteld: a. Loontrekkenden of uitkeringsgerechtigden verplicht ziekenfondsverzekerd (inclusief ouderen met alleen een AOW-uitkering): nettoloon op loonstrookje of uitkeringsspecificatie, vermeerderd met vakantietoeslag en de fiscale heffingskortingen voor zover deze niet zijn vrijgelaten. b. Loontrekkenden publiekrechtelijk verzekerd (IZA): nettoloon op loonstrookje, vermeerderd met de nominale ziekenfondspremies. c. Loontrekkenden particulier verzekerd: Voor deze groep wordt uitgegaan van de VNG-lijst. d. Zelfstandigen: inkomen volgens de belastingopgave van het laatst verstreken kalenderjaar minus verschuldigde inkomstenbelasting (forfaitair percentage conform artikel 6 lid 2 Bbz minus de verschuldigde premie van een met de verplichte ziekenfondsverzekering overeenkomstige ziektekostenverzekering, nadat deze premie is verminderd met een bedrag gelijk aan de nominale ziekenfondspremie die verschuldigd zou zijn bij verplichte ziekenfondsverzekering. e. Particulier verzekerde ouderen met een klein pensioen: Voor deze groep wordt uitgegaan van de VNG-lijst. 2. Bij de vaststelling van het netto-inkomen wordt het inkomen uit vermogen in aanmerking genomen voor zover dit, na aftrek van de eventueel verschuldigde vermogensrendementsheffing, meer bedraagt dan 10 procent van de toepasselijke vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de Wet werk en bijstand. 3. De periode waarover het netto-inkomen wordt vastgesteld is het kalenderjaar waarin de aanvraag voor de Wvg-voorziening is gedaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel