Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 16

Hoogte financiële tegemoetkoming

Onderdeel van Besluit nadere regels verordening voorzieningen gehandicapten

1. De hoogte van een door B&W te verlenen financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 3.1 aanhef en onder c sub 2 tot en met 5 van de verordening is een forfaitaire vergoeding. Met inachtneming van hetgeen hiertoe in artikel 3.2 lid 4 van de verordening is bepaald, wordt voor de vaststelling van de hoogte van de vergoeding uitgegaan van de volgende normbedragen per kalenderjaar: a. bij gebruik van een collectief systeem van aanvullend vervoer wordt de tegemoetkoming in de kosten van het van aanvullend vervoer op nihil gesteld ; b. voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een eigen auto of een hieraan gelijk  te stellen auto geldt een normbedrag van € 900,06 indien de gehandicapte niet tevens de beschikking heeft over een vervoersvoorziening in natura; c. voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een eigen auto of een hieraan gelijk te stellen auto geldt een normbedrag van € 675,05 indien de gehandicapte tevens de beschikking heeft over een vervoersvoorziening in natura; d. voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een bruikleenauto geldt een normbedrag van € 523,01 indien de gehandicapte niet tevens de beschikking heeft over een vervoersvoorziening in natura; e. voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een taxi geldt een normbedrag van € 900,06 indien de gehandicapte niet tevens de beschikking heeft over een vervoersvoorziening in natura; f. voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een taxi geldt een normbedrag van € 675,05 indien de gehandicapte tevens de beschikking heeft over een vervoersvoorziening in natura; g. voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi geldt een normbedrag van € 1.352,04 indien de gehandicapte niet tevens de beschikking heeft over een vervoersvoorziening in natura; h. voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi geldt een normbedrag van € 1.026,25 indien de gehandicapte tevens de beschikking heeft over een vervoersvoorziening in natura. i. de tegemoetkoming in de kosten van een begeleider bij gebruik van het openbaar vervoer bedraagt ten hoogte 50% van de paskosten 2. Indien beide echtgenoten in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming in de kosten van vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 3.1 aanhef en onder c sub 2 tot en met van de verordening bedraagt de hoogte van de financiële tegemoetkoming niet meer dan anderhalf maal een enkele tegemoetkoming. 3. De hoogte van een door B&W te verlenen financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 3.1 aanhef en onder c sub 2 tot en met 4 van de verordening bedraagt: a. 50 % van de vergoedingen als genoemd in lid 1 sub a tot en met i voor bewoners in AWBZ instellingen ; b. bij inkomens tot en met 1,5 maal het norminkomen 100% van de werkelijke kosten;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel