In afwijking van het voorgaande geldt met betrekking tot een aanvraag, waarbij sprake is van een hechte samenhang tussen de schade en planologische maatregelen als bedoeld in artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, die voortvloeien uit de planologische inpassing van het Tracébesluit Betuweroute alsmede de planologische maatregelen, die voortvloeien uit de door de Minister goedgekeurde planbeschrijving met betrekking tot het project Zevenaar-grens Duitsland (km 111,0) en het project Havenspoorlijn, dat loopt van de Noordzee tot aan de Waalhaven in Rotterdam (km 406,0) het volgende:
I. Indien het betreft een aanvraag, volgend op een eerder door NS Railinfrabeheer B.V., verder te noemen NS RIB, afgewikkeld verzoek om schadevergoeding geldt het volgende:
1. Indien de aanvraag is gevolgd op een daartoe strekkend eerder bij NS RIB ingediend verzoek om schadevergoeding en dat eerdere verzoek definitief is afgedaan, hetgeen -indien van toepassing- in elk geval blijkt uit een onherroepelijke afronding van de procedure op grond van de daartoe geldende Regeling Nadeelcompensatie Betuweroute, wordt eveneens de procedure vervat in de artikelen 2 tot en met 9 van deze verordening toegepast;
2. Bij de in het vorige lid bedoelde toepassing treedt voor de adviseur in de plaats een adviesbureau, adviseur of adviescommissie, dat of die wordt aangewezen door het college, gehoord NS RIB. Die aanwijzing dient
plaats te hebben binnen de termijn van artikel 5, tweede lid, van de verordening.
3. Het adviesbureau of de adviseur dan wel de adviescommissie als bedoeld in het tweede lid stelt naast de in artikel 7, lid 3 bedoelde personen, één of meer vertegenwoordigers door of namens NS RIB aan te wijzen, in de gelegenheid hun standpunten uiteen te zetten;
4. Een afschrift van het rapport als bedoeld in artikel 7, lid 4 wordt binnen de daarin genoemde termijn ook aan NS RIB overlegd, terwijl een afschrift van het besluit als bedoeld in artikel 8, lid 1 eveneens zo spoedig mogelijk aan NS RIB wordt toegezonden.
II. Indien het betreft een aanvraag volgend op een nog niet door NS Railinfrabeheer B.V., verder te noemen NS RIB, afgewikkeld verzoek om schadevergoeding, geldt het volgende:
1. Indien de aanvraag wordt ingediend terwijl de procedure voor een daartoe strekkend verzoek om schadevergoeding bij NS RIB in het kader van de daarvoor geldende Regeling Nadeelcompensatie Betuweroute nog niet is afgerond, wordt de behandeling van de aanvraag opgeschort totdat bedoelde procedure onherroepelijk is afgerond.
2. Onmiddellijk na de onherroepelijke afronding als bedoeld in het vorige lid wordt alsnog toepassing gegeven aan het gestelde onder punt I van dit artikel.
lil. Indien het betreft een aanvraag, die niet is gevolgd op een eerder bij NS Railinfrabeheer B.V., verder te noemen NS RIB, ingediend verzoek om schadevergoeding geldt het volgende:
1. Indien de aanvraag niet is gevolgd op een eerder bij NS RIB ingediend verzoek om schadevergoeding, zal een afschrift van de aanvraag binnen acht weken na ontvangst ervan ter behandeling worden doorgezonden aan NS RIB.
2. Aan het bepaalde in het vorige lid kan slechts uitvoering worden gegeven als tussen het college en NS RIB is overeengekomen, dat NS RIB, voorafgaande aan de door het college te nemen beslissing, een regeling zal treffen tot het afdoen van verzoeken om schadevergoeding overeenkomstig een met deze verordening vergelijkbare weg. Hieraan wordt geacht te zijn voldaan als terzake van dergelijke verzoeken de Regeling Nadeelcompensatie Betuweroute van toepassing is.
3. In het geval de in het tweede lid bedoelde behandeling door NS RIB niet plaatsvindt op grond van de daartoe strekkende Regeling Nadeelcompensatie Betuweroute geeft NS RIB binnen één jaar na datum van doorzending als bedoeld in het eerste lid aan het college kennis van de beslissing omtrent de toekenning van schadevergoeding. Deze termijn kan met ten hoogste een half jaar worden verdaagd door het college.
4. Na onherroepelijke afronding van de procedure krachtens de in het tweede lid bedoelde nadeelcompensatieregeling of na ontvangst van de in het derde lid bedoelde kennisgeving van NS RIB of indien die kennisgeving niet binnen de gestelde of verdaagde termijn is ontvangen, wordt onverwijld alsnog toepassing gegeven aan:
a. artikel 4 of
b. de artikelen 5 tot en met 9 van deze verordening, met dien verstande, dat de termijn van het tweede lid van artikel 5 en het eerste en tweede lid van artikel 7 worden gerekend vanaf de datum van ontvangst van de kennisgeving van NS RIB of de datum van het verstrijken van de zoëven bedoelde gestelde of verdaagde termijn. Artikel 10, onder I is in dat geval voorts van overeenkomstige toepassing.
5. Indien de betreffende planologische maatregel nog niet onherroepelijk is of geen formele rechtskracht heeft, worden de in het vierde lid bedoelde termijnen gerekend vanaf de datum van het onherroepelijk worden van de goedkeuring van de planologische maatregel dan wel de datum, waarop het besluit formeel rechtskracht verkrijgt.