Voor zover een uitkeringsgerechtigde niet beschikt over een startkwalificatie wordt binnen zes maanden na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, WWB, artikel 38a IOAW en artikel 38a IOAZ, door het college beoordeeld in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op arbeidsinschakeling. Het college betrekt bij deze beoordeling in ieder geval:
a. het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende de additionele werkzaamheden uitvoert,
b. de krachten en bekwaamheden van belanghebbende en
c. de scholingswens van de belanghebbende.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 2
Artikel 6a
Scholing bij onbeloonde additionele arbeid
Onderdeel van Participatieverordening gemeente Vlaardingen 2010