1. Onverminderd artikel 4, eerste lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
a. vijf procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de eerste categorie;
b. tien procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de tweede categorie;
c. twintig procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de derde categorie;
d. honderd procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de vierde categorie.
Hoofdstuk 2
Artikel 11
De hoogte van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW/IOAZ Neder-Betuwe 2010