Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 6

Afzien van het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW/IOAZ Neder-Betuwe 2010

1. Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien: a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of b. de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte een uitkering is verleend. Een maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden. c. er 3 maanden zijn verstreken nadat het college de gedraging van belanghebbende heeft geconstateerd zonder dat het onderzoek is gestart als voorbereiding van het besluit betreffende de geconstateerde gedraging. d. het college daarvoor dringende redenen aanwezig acht. 2. Tot het afzien van een maatregel zoals bedoeld in het eerste lid wordt niet besloten ingeval het verzuim of de verwijtbare gedraging plaatsvindt binnen een periode van twee jaren te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een schriftelijke mededeling als bedoeld in het tweede lid is gegeven. 3. Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond van het eerste lid, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.

Rechtspraak bij dit artikel