Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 5

Afzien van het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren Neder-Betuwe 2010

1. Onverminderd artikel 41, tweede lid, van de wet, ziet het college af van het opleggen van een maatregel indien: a. de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte inkomensvoorziening is verleend. Een maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden; b. er 3 maanden zijn verstreken nadat het college de gedraging van de jongere heeft geconstateerd zonder dat het onderzoek is gestart als voorbereiding van het besluit betreffende de geconstateerde gedraging; c. het college dringende redenen aanwezig acht. 2. Tot het afzien van een maatregel zoals bedoeld onder a, b, of c wordt niet besloten ingeval het verzuim of de verwijtbare gedraging plaatsvindt binnen een periode van twee jaren te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een schriftelijke mededeling als bedoeld in het tweede lid is gegeven. 3. Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de jongere daarvan schriftelijk mededeling gedaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel