a. Buitendeuren en -vensters zijn zodanig beveiligd dat kinderen niet ongemerkt het kindercentrum kunnen verlaten en onbevoegden niet ongemerkt kunnen binnentreden.
b. De verwarmingsapparaten zijn zodanig opgesteld en uitgevoerd, dat de kinderen zich daaraan niet kunnen verwonden en de bedieningsorganen niet kunnen bereiken.
c. Ruiten beneden 1,20 meter dienen te zijn vervaardigd van veiligheidsglas of dienen afgeschermd te zijn voor het glas.
d. Voorwerpen en vloeistoffen die gevaar voor kinderen kunnen opleveren (schoonmaakartikelen, medicamenten, elektrische apparaten, servies, bestek, e.d.) moeten buiten bereik van kinderen worden opgeborgen.
e. In het kindercentrum is een telefoon aanwezig. In de onmiddellijke nabijheid daarvan bevinden zich het algemeen alarmnummer en het telefoonnummer van de huisarts.
f. In het kindercentrum is een volledig uitgeruste EHBO-trommel aanwezig en een zogenaamde giflijst.
g. In het kindercentrum is ten minste één functionaris aanwezig die in bezit is van een geldig EHBO-diploma.
h. Speeltoestellen behoren te voldoen aan het besluit veiligheid van attractie en speeltoestellen.
i. Het kindercentrum moet voldoen aan de eisen gesteld door de brandweer en/of GGD.