a. Een kindercentrum beschikt over één of meerdere:
- verblijfsruimten binnen voor kinderen;
- buitenspeelruimten voor kinderen;
- toiletruimten voor kinderen en personeel;
- garderobes voor kinderen;
- bergruimten voor speelgoed en beddengoed;
- personeelsruimten voor het uitvoerend en leidinggevend personeel;
- kantoorruimten.
b. Een kinderdagverblijf beschikt over één of meerdere:
- slaapruimten voor kinderen;
- rustruimten voor kinderen;
- wasruimten voor kinderen;
- kookruimten.
c. De ruimten van een kinderdagverblijf mogen uitsluitend worden gebruikt voor kinderopvang. De ruimten van overige kindercentra (peuterspeelzalen en naschoolse opvang) mogen buiten de openingstijden ervan gebruikt worden voor activiteiten die direct of indirect verbonden zijn met kinderopvang, met dien verstande dat in de betreffende ruimten niet gerookt mag worden.
d. De vloeren van het kindercentrum zijn bedekt met goed reinigbaar, isolerend, splintervrij en niet-glad materiaal.
e. Het klimaat dient in de verschillende ruimten, uitgezonderd de bergruimten, goed geregeld te kunnen worden.
Artikel 2
Algemene voorschriften voor ruimten in het kindercentrum
Onderdeel van Nadere Regels Kindercentra