Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Afdeling 1.3

Artikel 1.1

Mantelzorg

Onderdeel van Nota Mantelzorg

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) geeft de volgende definitie van mantelzorg: “Mantelzorg is langdurige zorg die niet i.h.k.v. een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving en waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.” Meestal zorgt een persoon voor zichzelf. Als dat door een fysieke en/of psychische ziekte en/of handicap of beperking niet meer gaat, dan kan die persoon zorg van anderen krijgen. Vaak is dat een partner, een gezinslid, familieleden of een buurman, vriendin. Dit geven van zorg aan een partner, familielid of naaste noemen we mantelzorg. Mantelzorgers zijn geen professionele zorgverleners, maar geven zorg omdat zij een persoonlijke band hebben met degene voor wie ze zorgen. Mantelzorg is niet de alledaagse zorg voor, bijvoorbeeld de zorg voor een gezond kind. Bovendien is mantelzorg geen keuze. Dit maakt het dan ook duidelijk anders dan vrijwilligerswerk. Bij vrijwilligerswerk valt er iets te kiezen. Mantelzorg is vaak iets dat iemand overkomt, vaak ook een situatie waarin iemand langzaam in groeit; je rolt vaak vanzelf in het "vak" van mantelzorger. Meer dan 1.3 miljoen mensen in ons land bieden één of andere vorm van mantelzorg. Deze mantelzorgers zijn vaak vele uren per week, voor anderen onzichtbaar, bezig met de zorg. Vaak met weinig erkenning en herkenning en onvoldoende waardering voor hun inzet. Dit terwijl mantelzorg meer gegeven wordt dan reguliere zorg en dus onmisbaar is. Mantelzorgers helpen in het huishouden, geven persoonlijke (lichamelijke) verzorging (wassen en eten geven) en ondersteunen en begeleiden de persoon met een ziekte, handicap of beperking. Dit betreft zowel emotionele (psychische steun) als materiële ondersteuning (vervoer/logistiek, administratie, coördinatie). Mantelzorgers doen eigenlijk vaak alles wat de persoon die zij helpen niet meer zelf kan. Soms kan een persoon met een ziekte, handicap of beperking nog voor een deel voor zich zelf zorgen, dan helpt de mantelzorger bijvoorbeeld maar een aantal uren per week. Maar de mantelzorger kan ook dag en nacht in touw zijn. In beide situaties gaat het om een belasting van de mantelzorger die tijdelijk of langdurig van aard is. De meeste mantelzorgers zijn tussen de 35 en 65 jaar en in veel gevallen betreft het familie van degene die zij verzorgen. Hierbij mag niet uit het oog verloren worden dat ook kinderen (zorg voor ouders) en 65-plussers (zorg voor zieke of dementerende partner) mantelzorger kunnen zijn. De hulpvormen die het meest voorkomen zijn psychische steun (81%) en huishoudelijk werk (75%) (Timmermans 2003). Aan de ene kant is de verwachting dat de situatie met een natuurlijke centrale verzorger in de toekomst minder dominant wordt. Dit betreft de situaties waarin voor ouderen wordt gezorgd. Dit komt door dat kinderen veraf wonen. Bovendien is er sprake van een hogere arbeidsparticipatie. Ook komen er meer alleenstaanden. Aan de andere kant is er de situatie waarin ouders zorg verlenen aan hun kinderen die extra zorg nodig hebben. Deze zorg zou juist toe kunnen nemen door ontwikkelingen in de maatschappij. Vooral als rechtstreeks gevolg van de Wmo dienen inwoners zelfredzaam te zijn en eerst zelf de verantwoordelijkheid te nemen om, indien mogelijk, zorg te verlenen. Het verlenen van mantelzorg is heel mooi en waardevol, maar brengt ook nadelen met zich mee. Dit zijn onder andere: - Mantelzorgers zijn vaak veel tijd kwijt aan het zorgen voor een naast familielid of vriend. Hiermee lopen ze gevaar op voor psychische of lichamelijke overbelasting. - Mantelzorg beperkt je in het onderhouden van contacten. - Mantelzorgers voelen zich vaak ondergewaardeerd.

Rechtspraak bij dit artikel