1 De leden van een commissie worden benoemd voor de zittingsperiode van
de raad.
2 Een lid van een commissie kan te allen tijde ontslag nemen. Het lid
geeft daarvan schriftelijk kennis aan de voorzitter van de raad.
3 De vervulling van een tussentijds ontstane vacature geschiedt binnen 8
weken, nadat zij is ontstaan.
4 Bij benoeming ter vervulling ven een tussentijdse vacature heeft,
behoudens tussentijdse aftreden, de benoemde zitting tot het einde van
de zittingsduur van hem in wiens plaats hij is benoemd.
Afdeling I
Artikel 9
Zittingsduur
Onderdeel van Verordening, regelende de samenstelling, taak, bevoegdheid en werkwijze van vaste commissie