1 Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:
a deze in overwegende mate op het individu is gericht;
b en deze langdurig noodzakelijk is om diens belemmeringen op het gebied van het wonen of zich binnen of buiten de woning verplaatsen op te heffen of te verminderen;
c en deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt.
2 In afwijking op hetgeen in het eerste lid sub a is gesteld kan een voorziening worden verstrekt in de vorm van gebruik van en collectief vervoerssysteem als bedoeld in artikel 3.1,onder a.
3 Geen voorziening wordt toegekend:
a indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is;
b voor zover op grond van enige wettelijke regeling aanspraak op de voorziening bestaat;
c voorzover de ondervonden ergonomische belemmeringen in de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.3
Beperkingen
Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2005 gemeente Nederbetuwe