Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.1

Inlichtingen, onderzoek, advies

Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2005 gemeente Nederbetuwe

1 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op een voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend: a op te roepen in persoon te verschijnen op een door burgemeester en wethouders te bepalen plaats en tijdstip en hem te ondervragen; b op een door burgemeester en wethouders te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen ondervragen en/of onderzoeken. 2 Burgemeester en wethouders vragen een daartoe door hen aangewezen advies- instantie om advies indien: a het handelt om een aanvraag die een gehandicapte betreft die nog niet eerder een aanvraag heeft ingediend in het kader van deze regeling en de voorziening naar verwachting een bedrag van € 2.000,00 te boven zal gaan; b de aanvraag betrekking heeft op tenminste twee van de drie terreinen woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen of rolstoelen; c de gevraagde voorziening om medische redenen wordt afgewezen. 3 Ingeval een woningaanpassing wordt aangevraagd waarvan de kosten naar verwachting gelijk zijn of meer bedragen dan € 20.420,11 wordt advies gevraagd aan het orgaan bedoeld in artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. 4 De adviseur dient te beschikken over kennis op de volgende gebieden: a medische kennis op het niveau van een arts; b sociale kennis; c ergonomische kennis; d technische kennis. 5 Bij een volgende aanvraag voor een voorziening hebben burgemeester en wethouders de bevoegdheid aan te geven dat opnieuw advies dient te worden uitgebracht. 6 Een gehandicapte is verplicht aan burgemeester en wethouders of de door hen aangewezen adviesinstantie die gegevens te (doen) verschaffen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.

Rechtspraak bij dit artikel