1 Een aanvrager kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 16 onder
a, b, en c in aanmerking komen wanneer aantoonbare beperkingen als
gevolg van ziekte of gebrek het normale gebruik van de woning
belemmeren.
2 Een aanvrager kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 16 onder
b en g in aanmerking komen wanneer blijkt dat verhuizing binnen een
redelijke termijn van 6 maanden niet mogelijk is of niet de goedkoopst
adequate voorziening is.
3 Een aanvrager kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 16,
onder d in aanmerking komen wanneer sprake is van een aantoonbare
gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen
het zich kunnen afzonderen leidt tot een situatie waarin deze persoon
tot rust kan komen.
Deel 4
Artikel 17
Recht op een woonvoorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2010