Een aanvrager kan voor de in artikel 23 lid 1 sub a2 vermelde
voorziening in aanmerking komen indien aantoonbare beperkingen op grond
van ziekte of gebrek het onmogelijk maken om
a gebruik te maken van het openbaar vervoer of
b het openbaar vervoer te kunnen bereiken;
c gebruik te maken van een algemene vervoersvoorziening als bedoeld in
lid 1 sub a1;
d een algemene vervoersvoorziening onvoldoende aanwezig is.
Deel 5
Artikel 24
Het recht op een collectieve voorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2010