1 Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in de artikelen 6 lid 1
en 6a van de wet, zijn volgende voorwaarden van toepassing
a een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van
individuele voorzieningen;
b de omvang van het persoonsgebonden budget wordt, met uitzondering van
het persoonsgebonden budget voor vergoeding van een arbeidsverhouding
als bedoeld in artikel 5 lid 2 van de Wet op de loonbelasting 1964,
afgeleid van de tegenwaarde van de in de betreffende situatie te
verstrekken voorziening in natura;
c het persoonsgebonden budget wordt, indien noodzakelijk, aangevuld met
een vergoeding voor aanvullende kosten, zoals vastgelegd in het Besluit
maatschappelijke ondersteuning gemeente Neder-Betuwe;
d de wijze waarop het de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt
vastgesteld wordt door het college vastgelegd in het Besluit
maatschappelijke ondersteuning gemeente Neder-Betuwe;
e op het persoonsgebonden budget is de Overeenkomst persoonsgebonden
budget gemeente Neder-Betuwe van toepassing.
2 De toekenning, omvang en looptijd van het te verstrekken
persoonsgebonden budget worden in de beschikking opgenomen.
3 Bij de beschikking wordt een programma van eisen verstrekt waarin
aangegeven is aan welke vereisten de met het de hoogte van de
voorziening anders dan in natura te verwerven voorziening dient te
voldoen.
4 Na het nemen van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget
overgemaakt op een door de aanvrager opgegeven rekeningnummer, tenzij
hiertegen overwegende bezwaren bestaan.
5 Het college bepaalt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning hoe
wordt gecontroleerd dat het verstrekte persoonsgebonden budget besteed
is aan het doel waarvoor het verstrekt is. De budgethouder is verplicht
om op verzoek van het college per omgaande de gevraagde documenten te
verstrekken. Vervolgens wordt door het college beoordeeld of er
aanleiding bestaat om het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk
terug te vorderen of te verrekenen.
6 Na ontvangst van de in lid 5 bedoelde stukken of als de gevraagde
stukken door de budgethouder niet worden overgelegd wordt door het
college beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget
geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen.
Deel 2
Artikel 7
Persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2010