1. Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige.
2. Wanneer bij het inburgeringsonderzoek wordt ingeschat dat er sprake zou kunnen zijn van analfabetisme, zal de inburgeraar een alfabetiseringscursus volgen bij het ROC, gefinancierd met educatiegelden.
3. Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt afgestemd.
4. Een inburgeringsvoorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, een of meer van de volgende onderdelen bevatten:
a. trajectbegeleiding;
b. maatschappelijke begeleiding;
c. het houden van voortgangsgesprekken;
d. praktijkcomponent passend bij het niveau en persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
De samenstelling van de inburgeringsvoorziening
Onderdeel van Verordening Wet inburgering