1 Een lid van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad heeft zitting
voor de periode dat hij deel uitmaakt van de medezeggenschapsraad
waardoor en waaruit hij is gekozen.
2 Een lid van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad treedt na zijn
zittingsperiode af en is terstond herkiesbaar, mits hij op dat tijdstip
zitting heeft in een van de bij de gemeenschappelijke
medezeggénschapsraad aangesloten medezeggenschapsraden.
3 Behalve door periodieke aftreding eindigt het lidmaatschap van de
gemeenschappelijke medezeggenschapsraad:
a door overlijden;
b door opzegging door het lid;
c door ondercuratelestelling.
Titeldeel 2
Artikel 5
Zittingsduur
Onderdeel van Reglement Gemeenschappelijke Meddezeggenschap Openbaar Onderwijs