1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van
burgemeester en wethouders een inrichting in gebruik te hebben
of te houden, waarin:
A meer dan vijftig personen tegelijk aanwezig zullen zijn,
anders dan in één- of
meergezinshuis;
B bedrijfsmatig de stoffen zullen worden opgeslagen die in de
Regeling Bouwbesluit materialen zijn omschreven als brandbaar,
brandbevorderend en bij brand gevaar opleverend;
C aan meer dan tien personen bedrijfsmatig of in het kader van
verzorging nachtverblijf zal worden verschaft;
D meer dan vier ouderen gehuisvest en verzorgt worden;
E aan meer dan tien kinderen jonger dan twaalf jaar, of aan meer
dan tien lichamelijk en / of geestelijk gehandicapten
dagverblijf zal worden verschaft;
F aan meer dan vier personen bedrijfsmatig in een
seksinrichting, dag- en/of nachtverblijf zal worden
verschaft;
G aan meer dan vier personen bedrijfsmatig woonverblijf zal
worden verschaft, anders dan één huishouden per woning;
H brandcompartimenten zijn opgenomen waarvan de afmetingen zijn
bepaald met toepassing van het brandbeveiligingsconcept
"beheersbaarheid van brand".
2. Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning
voorschriften verbinden in het belang van het voorkomen,
beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar
en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand.
3. Indien het belang waarvoor de vergunning is verleend dit
vereist op grond van een verandering van de inzichten en/of
verandering van de omstandigheden gelegen buiten de inrichting,
opgetreden na het verlenen van de vergunning, kunnen
burgemeester en wethouders aan de vergunning nieuwe
voorschriften verbinden en gestelde voorschriften wijzigen of
intrekken.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1
Artikel 2.1.1
Vergunning gebruik inrichting
Onderdeel van Brandbeveiligingsverordening