1. Het is verboden een inrichting te gebruiken, indien de wijze
van gebruik van de inrichting in relatie tot de beoogde
gebruiksfunctie niet geacht kan worden een brandveilig gebruik
te zijn.
2. Het is verboden een inrichting te gebruiken in strijd met de
gebruikseisen zoals die per onderwerp vermeld staan in de van
overeenkomstige toepassing zijnde bijlage 3 bij de
bouwverordening.
3. Onverminderd het gestelde in het tweede lid, is het verboden
een inrichting niet zijnde een woonschip, uitgezonderd een
woonschip waarin sprake is van verminderde zelfredzaamheid van
bewoners in combinatie met permanente aanwezigheid van personeel
en begeleiding van bewoners, te gebruiken in strijd met de
gebruikseisen zoals per onderwerp vermeld in de van
overeenkomstige toepassing zijnde bijlage 4 bij de
bouwverordening.
4. Burgemeester en wethouders kunnen het vijfde en zesde lid van
artikel 3 van bijlage 3, buiten toepassing verklaren.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 2.2.1
Gebruikseisen voor inrichtingen
Onderdeel van Brandbeveiligingsverordening