Naar hoofdinhoud
Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overgelegd aan de voorman. Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de voorman te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door de rechtverkrijgenden aangewezen persoon die in de uitvaart voorziet. Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een periode van 10 jaar. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door de rechtverkrijgenden aangewezen persoon die in de uitvaart voorziet. De voorman onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.

Rechtspraak bij dit artikel