Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies
wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn,
kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de
commissie dit onderzoek houden.
De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in
afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend
orgaan en de belanghebbenden toegezonden.
De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de
belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de
in het eerste lid bedoelde nadere informatie aan de
voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het
beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist
omtrent een dergelijk verzoek.
Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid,
zijn de bepalingen in deze verordening, die betrekking
hebben op de hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige
toepassing.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 15
Nader onderzoek
Onderdeel van Verordening Behandeling Bezwaarschriften 2003