Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1

Artikel 3a

Samenstelling van de commissie en kamers

Onderdeel van Verordening Behandeling Bezwaarschriften 2003

De commissie bestaat uit drie kamers, te weten: de kamer maatschappelijke zaken, waar bezwaarschriften worden behandeld met betrekking tot de Algemene Bijstandswet, Wet Voorzieningen Gehandicapten en aanverwante regelingen; de kamer personeelszaken, waar bezwaarschriften worden behandeld met betrekking tot het ambtenarenrecht (waaronder besluiten met betrekking tot functiewaardering); de kamer algemene zaken, waar alle overige bezwaarschriften worden behandeld. De kamers maatschappelijke zaken en algemene zaken bestaan uit een voorzitter en drie leden die allen worden benoemd door burgemeester en wethouders. De kamer personeelszaken bestaat uit een voorzitter en twee leden, die door burgemeester en wethouders als volgt worden aangewezen: een lid, op voordracht van de werknemersdelegatie in de commissie voor Georganiseerd Overleg; een lid, aan te wijzen door burgemeester en wethouders; een voorzitter, op voordracht van de hiervoor onder a en b genoemde leden. De leden van de commissie maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van een gemeentelijk bestuursorgaan. De leden van de kamer personeelszaken mogen ook geen vakbondsbestuurder zijn van de werknemersdelegatie in de commissie voor Georganiseerd Overleg. Voor de kamer personeelszaken kunnen door burgemeester en wethouders tevens worden aangewezen: op voordracht van de werknemersdelegatie in de commissie voor de Georganiseerd Overleg, een plaatsvervangend lid voor het commissielid als bedoeld in het derde lid onder a; een plaatsvervangend lid voor het commissielid als bedoeld in het derde lid onder b; een plaatsvervangend voorzitter, op voordracht van de onder het derde lid onder a en b genoemde leden. Hetgeen is vermeld onder het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangende leden.

Rechtspraak bij dit artikel