Het haven- en kadegeld wordt niet geheven van:
Vaartuigen in directe dienst van het rijk, de provincie of de gemeente;
Oorlogsvaartuigen;
Rode Kruis- en hospitaalschepen;
Vaartuigen, die gedwongen zijn de haven of kade te gebruiken als gevolg van mist, storm of ijsgang, danwel wegens ongeval, ziekte of overlijden van opvarenden of bloed- en aanverwanten van opvarenden tot en met de tweede graad;
Nieuw gebouwde vaartuigen, niet zijnde pleziervaartuigen, die in de gemeente te water worden gelaten, mits geen lading wordt ingenomen en geen ander gebruik van enig ten gerieve van de scheepvaart dienend, door de gemeente aangelegd of onderhouden kunstwerk wordt gemaakt, dan om het vaartuig voor een eerste reis uit te rusten;
Open roeiboten en kano’s;
Vaartuigen, bestemd om te worden voortbewogen door windkracht, waarbij geen groter zeiloppervlakte kan worden gevoerd dan 12 vierkante meter;
Vaartuigen, die uitsluitend ten behoeve van proviandering gebruik maken van de haven of kade, mits dat gebruik niet langer duurt dan een aaneengesloten tijdvak van 12 uren.
Artikel 10
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven- en kadegelden 2011