De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt geheven per perceel.
De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen.
De belasting wordt geheven naar de waarde in het economische verkeer van het perceel voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen,
Ingeval het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het economische verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 6 bedoelde kalenderjaar geldt.
Ingeval voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
Bij onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dienen maar wel beschikken over een woongedeelte, is lid 1 van toepassing indien er geen sprake is van directe of indirecte lozing van water afkomstig van het bedrijfsmatige gedeelte op de gemeentelijke riolering.
Voor de toepassing van deze verordening wordt een zogenaamde garagebox aangemerkt als een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient.
Artikel 4
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2011