Onverminderd artikel 2, lid 2 wordt de hoogte en duur van de maatregel die hoort bij een verwijtbare gedraging als omschreven in artikel 9 vastgesteld op:
Vijf procent van de WIJ-norm gedurende één maand bij een gedraging van de eerste categorie;
dertig procent van de WIJ-norm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
veertig procent van de WIJ-norm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de WIJ-norm gedurende één bij een gedraging van de vierde categorie met dien verstande dat bij het niet aanvaarden en vervolgens behouden van algemeen geaccepteerde arbeid van geringe omvang de hoogte van de maatregel wordt vastgesteld naar de mate waarin de jongere inkomen zou hebben kunnen verwerven of heeft verloren.
De duur van de maatregel als bedoeld in lid 1 wordt verdubbeld, indien de jongere zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.
Hoofdstuk 2
Artikel 10
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren gemeente Kampen